B Passend onderwijs

Passend onderwijs
Op 1 augustus 2014 is de wet passend onderwijs ingetreden. Om passend onderwijs te realiseren is de onderwijskaart van Nederland in regio’s verdeeld. Binnen deze regio’s werken primair onderwijs en voortgezet onderwijs samen met diverse voorzieningen die actief zijn in de jeugdhulpverlening, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin, GGZ en Veilig Thuis.

Elk kind heeft recht op goed onderwijs dat aansluit bij zijn mogelijkheden en behoeften. Oók kinderen die extra ondersteuning nodig hebben om zich optimaal te ontwikkelen. Voor de meeste kinderen is het reguliere basisonderwijs de beste plek. Als het echt nodig is, kan een kind naar het speciaal onderwijs of het speciaal basisonderwijs.

Om elk kind de beste onderwijsplek te bieden, werken scholen samen. Dat gebeurt in eerdergenoemde regionale samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Vanaf 1 augustus 2014 zijn in Nederland ongeveer 75 van deze samenwerkingsverbanden actief.

Coolsma valt in de regio Zuidoost Utrecht en is aangesloten bij samenwerkingsverband ZOUT. In dit Samenwerkingsverband werken 32 schoolbesturen, 87 scholen voor primair(speciaal)onderwijs en de gemeenten de Bilt, Bunnik, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist samen aan Passend Onderwijs.

Op onze schoolwebsite vindt u in dit kader ook ons zgn. Schoolondersteuningsprofiel. Daarin kunt u lezen welke ondersteuning Coolsma biedt, welke expertise onze school heeft, alsmede onze visie op passend onderwijs. Voor alle overkoepelende informatie verwijzen wij u naar www.swvzout.nl.

Extra ondersteuning
Wanneer ouders zich tot Coolsma richten met het verzoek een leerling te plaatsen die in aanmerking komt voor leerling extra ondersteuning, zal per individueel geval de afweging worden gemaakt. De ruimte voor extra ondersteuning en de consequenties voor de ondersteuningscapaciteit van de overige leerlingen speelt hierin een rol, evenals de attitude, kennis en vaardigheden van het team met betrekking tot de toelating van een kind met een specifieke onderwijsbehoefte en/of hulpvraag. De personele bezetting, de aanwezigheid van onderwijsondersteunend personeel, maar ook de mogelijkheden van het gebouw en de aanwezigheid van hulpmiddelen voor begeleiding zijn bepalende factoren.

Directie en team kunnen bij het maken van de afweging of aan alle noodzakelijke voorwaarden kan worden voldaan, een beroep doen op het REC (Regionaal Expertise Centrum) of het expertisecentrum van het samenwerkingsverband. Blijkt dat het voor onze school niet mogelijk is om uw kind verantwoord op te vangen, dan moeten we u, ook in het belang van uw kind, teleurstellen. Wij zullen u dan wel adviseren en begeleiden bij het vinden van een passender plek voor uw kind om onderwijs te volgen.

Op school kunt u bij de IOC-ers de informatie opvragen over extra ondersteuningsmogelijkheden in het algemeen, over plaatsing in het sbao (speciaal basisonderwijs) of het so (speciaal onderwijs) en over geldende criteria en allerlei andere aanverwante zaken.

Het leerlingvolgsysteem
De vorderingen van de leerlingen worden door de groepsleerkrachten bijgehouden. Daarnaast zijn er enkele malen per jaar methodeonafhankelijke toetsen om de leervorderingen van de leerlingen te bepalen. We toetsen voor het volgsysteem de basisvaardigheden (begrijpend lezen, technisch lezen, taal en rekenen). De gegevens van de leerlingen worden gedurende de schoolloopbaan van de leerlingen bijgehouden.

We hanteren het leerlingvolgsysteem van het CITO. Aan het einde van groep 7 wordt een algemene toets van het CITO afgenomen (‘entreetoets’) en in groep 8 nemen we in april de Eindtoets af.

Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van het volgsysteem van VISEON (VolgInstrument Sociaal Emotionele Ontwikkeling), bij de kleuters wordt aanvullend aan de CITO toetsen met een door leerkrachten van Coolsma zelf ontwikkeld leerlingvolgsysteem voor groep 1 en 2 gewerkt.

Ondersteuning voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften
Er zijn team- en bouwvergaderingen waar leerlingenbesprekingen worden geagendeerd. Voordat enige vorm van hulpverlening wordt geraadpleegd, wordt er in elk geval overleg gevoerd tussen de intern onderwijs coördinator en de groepsleerkracht(en). We benutten hiermee de expertise van de leerkrachten en benadrukken de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor alle leerlingen. Voor speciale hulpvragen, hanteren wij 2 à 3 keer per schooljaar een zogenaamd Groot Ondersteuningsoverleg. Daarbij zijn naast onze interne expertise eveneens een orthopedagoge en een jeugdverpleegkundige van de GGD aanwezig.

We hebben op school een aantal mogelijkheden om leerlingen extra ondersteuning te bieden wanneer ze die nodig hebben. We kunnen preventieve ondersteuning geven aan leerlingen. Dat wil zeggen dat we leerlingen extra ondersteuning bieden, vóórdat achterstanden zijn ontstaan. Indien naar aanleiding van toets resultaten of bijvoorbeeld observatiegegevens wordt verwacht dat een kind het ontwikkelingsniveau van de groep niet kan volgen, kan preventieve hulp worden geboden.

Leerlingen waarbij door de groepsleerkracht extra onderwijsbehoeften zijn geconstateerd, kunnen Remedial Teaching krijgen, indien dat na intern overleg raadzaam lijkt. In een aantal gevallen zijn dat extra lessen buiten de groep, maar zeker ook een eigen werkplan in de klas onder toezicht en met hulp van de leerkracht. Zowel preventieve ondersteuning als remediërende ondersteuning wordt ook door de groepsleerkracht in de klas gegeven.

De procedure voor de extra ondersteuning is als volgt:

  • Behoeften aan speciale ondersteuning bij leren en sociale omgang worden door de groepsleerkracht gesignaleerd, (ook een hulpvraag van ouders kan hieraan ten grondslag liggen).
  • Tijdens intern overleg wordt de leerling besproken en wordt besloten of nader onderzoek nodig is en wie dit kan doen.
  • We kunnen hierbij gebruik maken van eigen expertise (collega leerkrachten, gedragsspecialist, Remedial Teacher), expertise van collegae van het samenwerkingsverband of hulp zoeken bij de schoolbegeleidingsdienst en de jeugdarts.
  • Bij signalen van vermoedelijke lees en/of spellingproblemen (dyslexie) volgen wij het protocol dyslexie.
  • Wanneer onderzoek voldoende is afgerond, wordt een handelingsplan opgesteld waarin altijd een evaluatiedatum wordt opgenomen.

Indien blijkt dat wij als school niet de ondersteuning kunnen bieden die de leerling nodig heeft en er ook geen ambulante begeleiding mogelijk is (hulp van derden op school), kan het kind worden aangemeld bij het SOT (school expertise team) van het samenwerkingsverband. Dit team van deskundigen adviseert en begeleidt de school, of stelt een toelaatbaarheidsadvies op voor speciaal (basis) onderwijs.

Ouders en school gaan in deze trajecten steeds samen op. Wanneer u – zonder advies van school – zelf redenen ziet om hulp van derden in te roepen, stellen wij het op prijs daarover geïnformeerd te zijn.

Behandeling van kinderen met ernstige dyslexie
Vanaf 2009 wordt de diagnose en behandeling van kinderen met enkelvoudige, ernstige dyslexie door de zorgverzekering bekostigd. Er moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo mag er bijv. naast de dyslexie geen andere belemmering bij het kind een rol spelen.

Indien u meer informatie wenst over dyslexie, adviseren wij u in contact te treden met één van onze interne onderwijscoordinatoren:

Ria de Boer voor groep 1 en 2
Jeanette Wierenga voor groep 3, 4 en 5
Lindy Steentjes voor groep 6, 7 en 8.

Begeleiding van de overgang naar het Voorgezet Onderwijs (VO)
In groep 8 vinden diverse informatie-, spreek-, en voorlichtingsavonden plaats. Tijdens deze avonden worden de ouders geïnformeerd over het Voortgezet Onderwijs en het advies van de basisschool. Dit advies komt tot stand door observaties van de groepsleerkracht, teamoverleg en leerresultaten en wordt ondersteund door het leerlingvolgsysteem en de Eindtoets.

Er zijn open dagen van de scholen voor Voorgezet Onderwijs zelf en er is een informatiemarkt van de gemeente waar alle scholen uit de regio zich kunnen presenteren. Daarnaast is er jaarlijks contact met het VO over de vraag hoe wij de aansluiting met de brugklas kunnen verbeteren en hoe wij de kinderen hier nog beter op kunnen voorbereiden.

Van ‘CJG Utrechtse Heuvelrug’ naar ‘Samen op de Heuvelrug’
Het Centrum voor Jeugd en Gezin en alle taken zijn per 1 januari 2015 overgegaan naar de zgn. Dorpteams. U kunt met al uw vragen over opvoeden en opgroeien terecht bij één van de vijf dorpsteams in de gemeente Utrechtse Heuvelrug: in Amerongen, Doorn, Driebergen-Rijsenburg, Leersum en Maarn.

Kijk voor meer informatie op www.samenopdeheuvelrug.nl of bel Janette Drent, jeugdverpleegkundige en schoolconsulent Utrechtse Heuvelrug GGD regio Utrecht: T. 030-8507850/M. 06-23412772 (werkdagen ma, di, vr).

De GGD voor kinderen in het basisonderwijs
Voor alle informatie over Jeugdgezondheid & vaccinaties, verwijzen wij u naar www.ggdru.nl. U kunt ook langsgaan, bellen of een e-mail sturen:
De Dreef 5
3706 BR Zeist
T. 030-608 60 86
E. info@ggdru.nl

Gezondheidsonderzoeken
U krijgt van ons bericht als uw kind aan de beurt is voor een onderzoek. De standaard preventieve onderzoeken vinden plaats op het CJG en op school. In principe is het eerste onderzoek in groep 2 van het basisonderwijs (met ouders op het CJG), daarna in groep 7 (zonder ouders op school). Bij groep 2 krijgen ouders direct een terugkoppeling.

Bij groep 7 worden de ouders schriftelijk geïnformeerd over de bevindingen. Hierbij staat ook vermeld of er nog een vervolgafspraak met een jeugdarts of jeugdverpleegkundige wordt geadviseerd. U krijgt dan een uitnodiging om samen met uw kind naar het spreekuur te komen.

Delen: